Aan het begin van de negentiende eeuw waren trekduiven misschien wel de meest voorkomende vogels ter wereld, met een aantal van letterlijk miljarden. De zwermen waren zo groot en zo dicht dat ze de lucht zwart maakten en zelfs dagenlang de zon blokkeerden. Maar tegen het einde van de eeuw was de meest voorkomende vogel in Noord-Amerika uit het wild verdwenen. In 1914 stierf Martha, de laatste bekende vertegenwoordiger van haar soort, in een kooi in de dierentuin van Cincinnati. Dit prachtig geïllustreerde boek vertelt het verbazingwekkende verhaal van de Noord-Amerikaanse trekduif, een vogelsoort die – net als de tyrannosaurus, de mammoet en de dodo – een van de grootste iconen van uitsterven is geworden. Errol Fuller beschrijft hoe deze snelle, behendige en prachtig gevederde vogels werden vereeuwigd door de ornitholoog en schilder John James Audubon en de verbeelding prikkelden van schrijvers als James Fenimore Cooper, Henry David Thoreau en Mark Twain. Hij laat zien hoe wijdverbreide ontbossing, de vraag naar goedkoop en overvloedig duivenvlees en het lukraak doden van trekduiven voor de sport tot hun catastrofale achteruitgang hebben geleid. Fuller biedt een indringend eerbetoon aan een vogelsoort die ooit zo belangrijk was voor de ecologie van Noord-Amerika, en herinnert ons eraan hoe kwetsbaar de natuur kan zijn. The Passenger Pigeon, uitgegeven in het honderdste jaar van Martha’s dood, bevat zeldzame archiefbeelden en aangrijpende foto’s van levende vogels.
2015, Engelstalig, 177 pagina’s, hardback met stofomslag, in nieuwstaat, 25 x 19 cm, Princeton University Press.




